tripje naar Nariz del diablo, baños en  Quilotoa

Op 18 mei spraken we ’s avonds om 10 uur af, om te vertrekken met een privé busje richting Nariz del diablo, Banos en Quilotoa. De heenrit, vooral in de bergen, ging in het begin zeer vlot, maar op een bepaald moment was het file. Het had geregend, daardoor ontstaan er op wegen in de bergen geregeld modderstromen. Dat was dus het geval. We hoorden dat de mensen er al uren stonden te wachten. Het is wachten op hulp, om de weg schoon te maken, maar dat gebeurt niet. Dus is het wachten tot de modder droogt.
Wij waren op weg naar Nariz del diablo. Dat is een trein, waar we op voorhand kaartjes voor hadden gekocht. We moesten daar om 8 uur stipt zijn. Door de modderstroom kwam dat in gevaar. Uiteindelijk gingen we er als 1 van de eerst over, en waren we op tijd in Alausi, waar we de trein namen.
De trein deed een tocht van 3 uur. 45 minuten heen, 45 minuten terug, en 2 stops. De treintocht zelf wordt beschouwd als zeer gevaarlijk. De machinist heeft op elke wagon een conducteur staan, die helpt met de trein af te remmen.
Op de eerste stop konden we de nariz del diablo zien. Vertaald is dat de duivels neus. Dat is een berg die een beetje op een grote neus lijkt. Daarna reden we 5 minuten verder naar een stop waar we een uur stopten. Daar konden we een klein museumpje zien, en dansen met plaatselijke mensen. Hans en ik konden ons niet houden en gingen hevig te keer. Daarna keerden we met de trein terug.
We liepen nog even rond in Alausi. Een klein dorpje waar niet veel te beleven viel, wel typisch Ecuadoriaans. Daarna reden we verder met ons busje naar Banos. Daar zochten we een hotel, liepen we wat rond, en gingen shoppen. Later op de avond gingen we dan allen samen nog iets drinken, en gingen we slapen.