Een cultuur verschil: Allerheiligen - Allerzielen

Gisteren was het hier, net zoals in België, Allerzielen. Dat was voor mij toch ook wel opnieuw een belevenis. Ik was met Line, Suzan en Siga naar de film geweest, en toen ik voorbij het kerkhof passeerde met de bus, zag ik dat er ongelofelijk veel mensen waren. Er was zoveel volk dat het leek dat er een concertje bezig was. Toen ik thuiskwam was er niemand thuis. Mijn familie was daar zelf ook. Na ongeveer 10 minuten kwamen ze thuis, en dronken we ‘colada morada’. Een typisch Ecuadoraans drankje. Het was warm, gemaakt van druiven, ananas en een soort van Ecuadoraanse passievrucht. Het smaakte zeer speciaal… Ik vond het niet superlekker, maar dat was een traditie. Er zaten ook stukjes in, dus het was nog eens moeilijk te drinken ook.
S ’avonds vroeg mijn broer of ik mee wou naar de vrienden van el guabo. Natuurlijk wou ik dat. We gingen dus wat wandellen, en opeens verstond ik dat we naar het kerkhof gingen. Daar was nog altijd veel volk. Veel verkopers. Het leek meer op een gezellig buurtje feestje, dan wat anders. We gingen dus op het kerkhof zelf, en daar waren ongelofelijk veel mensen. Het was file om op het kerkhof te komen. In het donker zag ik dat er veel kaarsen waren. Het viel me al snel op dat er niemand echt aan het wenen was. Er was ook helemaal geen structuur in het kerkhof. De doden lagen gewoon in de grond. Helemaal niet parallel of zo. Er waren veel kruisen, maar het groten deel van de graven had geen grafsteen. Er waren maar een aantal aangelegde paden, maar het grootste deel van de tijd liepen we echt langs en over de doden. Af en toe was er zo eens een wat grotere berg aarde van iemand die daar begraven lag, en daar stapten ze zelfs gewoon op. Helemaal anders dan al dat ‘respect’ dat wij proberen te tonen in België.
We gingen naar het graf van de neef van een vriend van ‘Tjoenie’ (of zo noemen ze hem hier toch). Daar gingen we zitten. Met ons poep op andere graven. We zaten gewoon wat te praten. Er was niemand echt aan het rouwen zoals wij dat kennen. Het leek dat we gewoon wat zaten te praten alsof we op een bankje in een mooi parkje zaten.
Daarna deden we hetzelfde met Tjoenie zijn vader, gewoon alles zeer relaxt. Het leek meer alsof we op bezoek gingen bij een verre tante die we maar 1 keer per jaar zagen, en waarmee we gezellig een koffieke dronken. Echt speciaal dus. Om het volledig af te maken vond ik natuurlijk nog een graf met het Emelec logo bij. Voetbal leeft!